De woning is ingeplant op het einde van een typische lintbebouwing en sluit aan op een agrarisch en een beschermd natuurgebied. De woning wil evident en opvallend zijn, maar zonder te vervallen in het karikatuur van dorpsarchitectuur.
Door het gebruik van éénzelfde materiaal – zowel op het dak als op de gevels – is het volume monolithisch en alzijdig, maar ook gesloten en statisch. De houten blokramen tonen een – op het eerste gezicht – willekeurige compositie. Maar de maat en de plaats van deze raamopeningen wordt bepaald door het ensceneren van bepaalde zichten van het landschap. Aan de binnenkant is de vorm van het volume voelbaar door het gebruik van doorzichten en dakhoge vides.
In het hart van de woning op de eerste verdieping bevindt zich een buitendouche voor de sauna, die ook daglicht binnenbrengt in de slaapkamer van de ouders.