Het project situeert zich ten zuiden van Antwerpen, in de landelijke gemeente Boechout. Het programma omvat 11 sociale woningen met ondergrondse parking. Het wigvormig hoekperceel geeft aanleiding om de twee bouwlijnen subtel met elkaar te verbinden via een zachte curvende straatgevel die de voorbijganger meeneemt langsheen het volume.
De ondergrondse parking wordt niet volledig ingegraven. Deze ingreep levert dubbel voordeel op: enerzijds ligt het gelijkvloers hoger wat goed is voor de privacy van de appartementen op niveau 0, anderzijds kan de parking op een natuurlijke manier geventileerd worden.
Aan de straatzijde wordt de structureel dragende gevel opgetrokken volgens een streng raster. We bekomen in dit grid een articulatie door de repetitieve opeenvolging van terugspringende nissen: soms gesloten, soms beglaasd. Dit strenge raster wordt enkel onderbroken voor de toegangen. Deze structurele lijn van doorgedreven ritmiek wordt doorgetrokken doorheen het gebouw in de vorm van een reeks insprongen die zowel uiting geven aan de functies als aan de lasten.
Het programma wordt georganiseerd langsheen een licht gekromde circulatieas. Deze vormt tevens de overgang tussen het drie-verdiepingen-tellende volume aan de straatzijde en de bouwlijn aan de achterzijde, die per verdieping een stuk achteruitspringt in overeenstemming met de lokale bouwvoorschriften. Zo wordt het gebouw aan de context gekoppeld terwijl de architecturale expressie als één geheel ervaren wordt.