Met de sloop van het Sint-Vincentiusziekenhuis kan het Begijnhofpark niet alleen uitbreiden, maar worden ook nieuwe zichtlijnen gecreëerd tussen de Onze-Lieve-Vrouwekerk, het Begijnhof en Abby, het museum van hedendaagse kunst.
Op die manier vallen de gebouwen als parkwanden weg. Zo ontstaat een groot braakliggend terrein, kijkt men vanuit het park op de minderwaardige achtergevels van de Groeningestraat en verliest het park een duidelijke stedenbouwkundige vorm.
Een nieuw volume is een noodzaak. Door de vrijgekomen site te bebouwen met een nieuw woonproject, bestaande uit zowel private als sociale woningen, wordt de stedenbouwkundige logica hersteld.
De volumetrie wordt bepaald door enkele opeenvolgende ingrepen.
Het grondplan bestaat uit een S-vorm, die ruimte geeft aan de bestaande rode beuk en eveneens twee buitenruimtes creëert. De rode beuk wordt omgeven door een extraverte buitenruimte, grenzend aan het park. Tegelijkertijd ontstaat een introverte buitenruimte in het binnengebied.
Bovendien wordt het volume orthogonaal gefragmenteerd en met hoogteverschillen gespeeld, waardoor een verknipt volume ontstaat dat zich inschrijft binnen de kleine stedenbouwkundige korrel van de omgeving. Per subvolume worden andere materialen toegepast die dit effect in de hand werken. Een subtiele sokkel op het gelijkvloers en de zadeldaken vervolledigen de volumetrische oefening, waardoor het project zich maximaal inpast in de bestaande context. Alsof het er altijd geweest is.
In totaal wordt een woonaanbod voorzien van 33 uiteenlopende wooneenheden. Alle appartementen zijn ruim, beschikken over een groot, zuidgericht terras en genieten van een weergaloos uitzicht op het Begijnhofpark.
Het pand Groeningestraat 34 word gesloopt om plaats te maken voor een brugwoning, die op het maaiveld doorgang geeft naar de ondergrondse parking. De herenwoning Groeningestraat 20 wordt omwille van de erfgoedkundige waarde in één hand gehouden en gerestaureerd tot kantoorruimte voor een KMO of coworking-project.